Kamervragen over rapport Hernieuwbare Energie in Nederland

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft het rapport ‘Hernieuwbare Energie in Nederland 2018’ gepresenteerd. In het rapport concludeert het CBS onder meer dat Nederland nog altijd achterloopt binnen de EU.

Daarnaast blijkt dat de toename uit hernieuwbare bronnen met name is toe te schrijven aan het grotere verbruik van biomassa.

Geld er niet voor over gehad

In het rapport presenteert het CBS de ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie voor warmte, elektriciteit en vervoer. De schrijvers van het rapport melden dat Nederland nog altijd weinig hernieuwbare energie heeft ten opzichte van veel andere Europese landen. ‘Er zijn drie belangrijke redenen waarom Nederland zo laag staat op de Europese ranglijst (red. de tweede plaats van onderen). Ten eerste hebben we nauwelijks waterkracht door de geringe hoogteverschillen in onze rivieren. Ten tweede wordt er weinig hout verbruikt door huishoudens. In Nederland hebben bijna alle huishoudens een aardgasaansluiting en soms stadsverwarming. In veel andere landen ontbreken deze aansluitingen op het platteland. Hout concurreert in Nederland dus altijd met het makkelijke en goedkope gas of met stadsverwarming. …

Er is een derde reden waarom het aandeel hernieuwbare energie in Nederland lager is dan in bijvoorbeeld Denemarken, Duitsland of Spanje. In deze landen heeft de overheid “nieuwe” vormen van hernieuwbare energie zoals windenergie of zonnestroom meer gesteund dan in ons land. Dit is een politieke keuze. Direct of indirect kost het stimuleren van deze vormen van hernieuwbare energie geld en in Nederland heeft de politiek dat er niet altijd voor over gehad.’

Op stoom komen

Het CBS concludeert dat hierin sinds 2014 wel verandering gekomen is met het ‘op stoom komen’ van de SDE+-subsidieregeling en de forse verhogingen van de subsidiebudgetten: ‘De ruimere subsidiemogelijkheden zijn niet direct zichtbaar in de realisatiecijfers vanaf 2014, omdat vooral voor de grote projecten er veel tijd zit tussen plannen, discussie over de ruimtelijke inpassing, aanvraag en realisatie. De laatste jaren is wel een grote groei zichtbaar voor zonnestroom, gestimuleerd door de subsidies.’

Onder andere vanwege de verschillen in natuurlijke omstandigheden heeft niet elk land dezelfde doelstelling van het aandeel hernieuwbare energie in 2020. Gemiddeld genomen streeft de Europese Unie (EU) naar 20 procent in 2020. Afgesproken is dat sommige landen meer doen dan gemiddeld en andere landen zoals Nederland minder. Het, bindende, doel voor Nederland is 14 procent. In 2017 zat Nederland dus nog ruim 7 procentpunt van af. ‘Geen enkel ander land was zo ver van de doelstelling verwijderd’, is de harde conclusie van het CBS.

Kamervragen

Matthijs Sienot (D66) heeft inmiddels Kamervragen gesteld over het rapport aan minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat. Zo wil hij onder meer weten of Wiebes de grote zorg deelt dat Nederland achterloopt ten opzichte van de andere Europese lidstaten op het gebied van hernieuwbare energie en welke stappen hij onderneemt om het aandeel duurzame energie te vergroten in Nederland.

Ook wil hij weten of Wiebes de constatering van het CBS deelt dat Nederland te laat is begonnen met verstrekken van grote subsidies voor zonne- en windenergie en daarbij achterloopt op landen als Denemarken, Duitsland en Spanje. Ten slotte is Sienot benieuwd op welke wijze heeft de huidige krapte – het tekort aan transportcapaciteit – op het elektriciteitsnet invloed heeft op het halen van de hernieuwbare energiedoelstelling.

Download

Het rapport Hernieuwbare Energie 2018 is als download beschikbaar via deze link.

 

 

(bron: CBS, Solarmagazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.