Ollongren wil energielabel herzien

Het energielabel gaat op de schop en de race om de nieuwe normen voor nieuwbouw is nog niet gelopen. Dat waren de belangrijkste conclusies uit het algemeen overleg over energiebesparing in de Tweede Kamer deze donderdag.

Een week geleden bleek al dat de Tweede Kamerleden niet blij zijn met het huidige vereenvoudigde energielabel voor koopwoningen. Die ontevredenheid ventileerden de Kamerleden nogmaals in de commissievergadering Binnenlandse Zaken met minister Kajsa Ollongren (D66). “De energielabels zijn verplicht opgelegd door de politiek”, stelde PVDA-Kamerlid Henk Nijboer. “Voor drie tot zeven euro kun een woningeigenaar een label bestellen. Je voert wat gegevens in op een website. Af en toe klopt dat niet. Het ondermijnt echt het draagvlak voor welke verduurzaming dan ook.”

Laagdrempelig en goedkoop

De minister wees er fijntjes op dat het juist de Tweede Kamer was geweest die in 2015 “nadrukkelijk” had aangedrongen op een instrument dat “laagdrempelig, goedkoop en goed voor de bewustwording” zou zijn. En aan die eisen voldoet het huidige label. Op het moment dat de er financiële regelingen worden gekoppeld aan de energieprestatie van woningen, wordt er gekeken naar de energie-index -de uitgebreide versie van het energielabel waar wel een expertbezoek ter plaatse aan te pas komt. Overigens heeft ook Brussel meermaals klachten geuit over het Nederlandse energielabel. De Europese Commissie studeert nog op de meest recente antwoorden.

De minister stelde dat het energielabel “het doel van 2015 in belangrijke mate heeft bereikt”. Dus is het tijd om naar een specifiekere manier te kijken om de energieprestatie van de woning aan te geven. “We zouden kunnen zeggen dat we de mogelijkheden binnen de huidige systematiek verbeteren. Maar ik denk ook na over andere en betere methoden.” Dit najaar moet daar meer duidelijkheid over komen.

Gekrakeel over bouwnormen

Op 1 januari 2020 moeten de nieuwe criteria voor de energieprestatie van nieuwbouw van kracht worden. Die criteria, afkomstig van de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD), dragen de naam Bijna energiezuinige nieuwbouw of Beng -maar zijn volgens criticasters allesbehalve energiezuinig. De eerste doorrekeningen laten zien dat de normen inderdaad ruimer zijn dan waar door de sector op was gerekend, maar tegelijkertijd ook weer niet zo ruim baan geven aan elektriciteitslurpende oplossingen als werd gevreesd.

De Kamerleden volgen het dossier op de voet en ook deze donderdag waren er de nodige vragen over. Jessica van Eijs (D66) vroeg zich af of de normen niet verfijnd konden worden per woningtype. Met de recente ophef over de modelberekeningen rondom de energierekening voor huishoudens in het achterhoofd vroeg PVDA-Kamerlid Nijboer zich af of het draagvlak niet afbrokkelt als straks ook de modelmatige verduurzaming van woningen in praktijk heel anders uitpakt. Kan de Beng-norm niet worden heroverwogen en weer strenger worden gemaakt, vroeg Paul Smeulders van GroenLinks, terwijl zijn VVD-collega Daniel Koerhuis juist een lans brak om gewoon een eis van energielabel A voor alle gebouwen neer te leggen en de feitelijke uitvoering aan de eigenaar over te laten.

Kritische brief

De Beng-criteria zijn nog niet vastgesteld, benadrukte de minister. Die liggen op dit moment ter inzage, en als die consultatie volgende week sluit zal zij zich gaan beraden op de reactie en eventuele aanpassingen. Overigens kwam een groot deel van de bezwaren uit reacties op de consultatie die al zijn gepubliceerd. Smeulders citeerde daar zelfs uit, toen hij de Beng-norm “geen stap vooruit” noemde, “maar een stap terug”.

Dat citaat komt uit de reactie waarvan netbeheerder Stedin penvoerder is, en waar zich bijna twintig partijen bij hebben aangesloten, waaronder adviesbureaus Klimaatgarant, Witteveen+Bos en Merosch, CV- en warmtepompfabrikant Itho Daalderop, bouwbedrijf Dijkstra Draisma en installatiebedrijf FactoryZero. De kritische brief (download: Stedins reactie op consultatie Beng-criteria), die vraagt om strengere eisen en aanpassingen in de rekenmethodiek, komt in grote lijnen overeen met de eveneens kritische reactie van samenwerkingsverband Stroomversnelling. Beide willen ook een helderder verband tussen woonlasten en de energieprestatie van de woning. Daar vroegen ook de Kamerleden om.

EPC

Ollongren kwam niet met een helder antwoord op die laatste vraag. Wel stelde de minister dat uit de eerste berekeningen was gebleken dat woningen die voldoen aan de Beng-criteria een energieprestatiecoëfficiënt tussen de 0,1 en 0,4 halen. Huidige nieuwbouw moet voldoen aan een EPC van 0,4. Dat zou betekenen dat de Beng-criteria in ieder geval geen verslechtering zijn ten opzichte van de huidige situatie.

Gesust was de commissie daarmee allerminst. “Beng is niet energieneutraal”, stelde SGP-Kamerlid Stoffer. “Als we nu niet energieneutraal bouwen, vergroten we de opgave voor later.” Daar sloot D66-er Van Eijs zich bij aan: “Ik begrijp dat de minister onnodige en onoverkomelijke kosten voor de bouw wil voorkomen, maar hoe zit het met onnodige en onoverkomelijke kosten voor de bewoner?” Ollongren zegde toe de Kamer dit voorjaar de resultaten van de consultatie aan de Kamer te zenden, met haar reactie.

(Bron: Energeia)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.