Energie-Index

groene-labelOp 1 januari 2015 is de systematiek van het Energielabel voor woningen op de schop gegaan. Ook professionele verhuurders van woningen hebben met deze wijziging van het stelsel te maken. Wat voorheen het Energielabel was, wordt vanaf 2015 alleen nog in een Energie-index uitgedrukt. Voor professionele woningbezitters bepaalt de Energie-index voor een deel wat de huurwaarde van een bepaalde woning is.

Ook voor particuliere woningbezitters is het systeem veranderd. Elke particulier zonder label krijgt of heeft al een voorlopig Energielabel toegestuurd gekregen dat men door een erkend deskundige tot definitief Energielabel kan laten registreren.

De Energie-index-methode is vanaf 2015 niet meer automatisch gekoppeld aan een Energielabel, maar alleen nog getalsmatig uitgedrukt in de Energie-index. Echter op het moment dat de Energie-index wordt geregistreerd in de database van RVO wordt er ook automatisch een Energielabel gegeneerd. De veranderingen zorgden voor flink wat beroering, vooral omdat er verschillen zijn ontstaan door de twee routes. Het parlement vindt dit echter te verantwoorden omdat het Energielabel voor particuliere woningbezitters gewoon minder ingewikkeld moest worden. Terwijl de verworvenheden van de exact berekende energieprestatie, zo vindt de Tweede Kamer, wel zeer waardevol en belangrijk is voor de professionele woningbezitters, met name de woningbouwcorporaties. Voor deze groep houdt de overheid daarom de degelijk onderbouwde energieprestatie in stand. Alleen wordt die vanaf 1 januari 2015 in Energie-index uitgedrukt.

Nieuwe bepalingsmethode

Dat betekent dat verhuurders vanaf 1 januari de huurpunten, die een belangrijk onderdeel vormen bij de bepaling van de huren, op basis van deze Energie-index mogen vaststellen. Het is dus van groot belang dat een verhuurder snel vertrouwd raakt met deze nieuwe Energie-index. Dat de overstap van het Energielabel naar de Energie-index vragen en onduidelijkheden oproept, bleek wel op een congres over het Energielabel, dat in de herfst van 2014 door de overheid in samenwerking met FedEC en ISSO werd georganiseerd.

De meeste vragen ontstonden doordat de bepalingsmethode verandert, waardoor niet in alle gevallen de energielabelklasse van het Energielabel van voor 1 januari 2015 exact hetzelfde is als de waarde van de Energie-index die na 1 januari gaat gelden. Verhuurders die dat willen, kunnen overigens na 1 januari, op basis van de Energie-index, alsnog een Energielabelklasse laten vaststellen. Alleen kan deze bepaalde labelklasse afwijken van een Energielabel dat via de oude methode voor hetzelfde type woning voor 1 januari 2015 is afgegeven. De verschillen ontstaan doordat de bepalingsmethode voor de Energie-index verder is verfijnd.

Het huidige Energielabel komt tot stand op basis van de KvINL-certificeringsregeling BRL9500-01, het Opnameprotocol in ISSO-publicatie 82.1 en de geattesteerde rekentool. Maar vanaf 1 januari is voor het vaststellen van de nieuwe Energie-index in opdracht van de overheid een ‘Nader voorschrift’ opgesteld. Deze aanvulling zou in principe tot hetzelfde resultaat moeten leiden als wanneer de berekening via de methode van het Energielabel van voor 1 januari 2015 zou zijn gedaan. Maar in de praktijk blijkt dat een afwijking in resultaten door de verfijnde methode niet volledig te voorkomen is.

energieindex-label-schema

 Nieuwe huurklassen vastgesteld

Om te zorgen dat de voormalige werkwijze met het Energielabel en de nieuwe bepalingsmethode voor de Energie-index zo veel mogelijk overeenkomen, liet het ministerie een ‘in-ijking’ uitvoeren. Die inijking vormt de grondslag op basis waarvan de overheid de nieuwe huurklassen kan vaststellen. In de meeste gevallen zal, op basis van deze in-ijking, dezelfde woning, of hij nu een Energielabel of Energie-index heeft, na 1 januari 2015 hetzelfde aantal huurpunten krijgen. Echter, uit de eerste scans die met bestaande woningbestanden (27.500 woningen) is uitgevoerd, bleek dat circa 60 procent exact hetzelfde resultaat behaalde, maar dat 34 procent van de woningen één labelstap beter of slechter scoorde. De oorzaak ligt heel duidelijk bij het feit dat het Nader Voorschrift nog wat nauwkeuriger en genuanceerder de berekening maakt, dan wat men voorheen met de bepalingsmethode volgens ISSO-publicatie 82.1 kon doen. Daarom is de getalswaarde van de Energie-index die via het Nader Voorschrift naar voren komt, niet vergelijkbaar met de getalswaarde die via de huidige bepalingsmethode werd berekend. Verder blijkt dat bij een paar procent van de woningen de nieuwe methode zelfs tot twee labelstappen verschil kan leiden.

 Standaardisering in normen

De noodzaak om de bepalingsmethode aan te passen komt voort uit de wens om de energieprestatie voor nieuwbouw en bestaande bouw in één norm (NEN 7120) onder te brengen. Door de invoering van het Nader Voorschrift (dat ook aansluit bij normen als NEN 1068 en NEN 8088) is de bepalingsmethode voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw praktisch gelijk. Het Nader Voorschrift heeft echter wel geleid tot een genuanceerdere methode dan die in ISSO-publicatie 82 is beschreven. Het gevolg is dat er ook een nieuw opname-protocol is opgesteld waarin op een tiental onderdelen verbeteringen of in elk geval nauwkeuriger berekeningen noodzakelijk zijn. De belangrijkste verschillen ontstaan vooral door een exactere bepaling van zaken als het tapwatergebruik, de ventilatie, de transmissie en de eis om meer gecontroleerde kwaliteitsverklaringen te overleggen. De belangrijkste aanpassingen zullen hieronder nader worden toegelicht.

Aanpassingen in opname-protocol

A. Rekenzone
Waar voorheen sprake was van de verwarmde zone, is dit nu meer gespecificeerd. Daardoor worden bijkeuken en niet-inpandige meterkasten niet standaard tot die rekenzone gerekend. In het algemeen bepaalt de plaats van de isolatie of de ruimte tot de rekenzone behoort, ook op zolder.
B. Bouwtype
De keuze voor een bouwtype is noodzakelijk om de bepaling voor koeling te kunnen hanteren. Daarbij heeft de opnemer de keuze uit: Traditioneel/gemengd zwaar, Gemengd lichte bouw, Volledig houtskelet bouw. In het algemeen zullen de meeste woningen tot de categorie Traditioneel/gemengd zwaar behoren.
C. Thermische schil
Bij de bepaling van de thermische schil zijn er diverse items die extra aandacht vragen of waarbij aanpassingen zijn doorgevoerd. Dit zijn: Perimeter, Oppervlakte constructies (gewijzigd), Oriëntatie niet transparante schil, Begrenzing constructies (uitgebreid), Hellingshoek ramen, Overstek bij ramen, Zonwering bij ramen (alleen van binnenuit bedienbare buitenzonwering of automatisch geregelde buitenzonwering), Glastype in leefruimten / slaapkamers (voor nieuw energielabel), Dikte afschot isolatie (minimale dikte), Kruipruimte-isolatie, bodem en wanden.
D. Perimeter
Voor de perimeter hanteert het Nader Voorschrift de volgende definitie: perimeter is de binnenwerkse omtrek van de vloer voor zover deze (omtrek) grenst aan de kruipruimte of grond (garage is een sterk geventileerde ruimte).
E. Overstekken
Voor het kunnen meenemen van overstekken bij ramen is een rekenmethode toegevoegd. Er is sprake van een overstek als H/A<1. Daarbij is A de horizontale afstand tussen het glas en het eindpunt van de overstek. En H is het verticale hoogteverschil tussen het midden van het raam en de onderzijde van de overstek.
F. Verwarming
Voor de verwarming is er nu een onderscheid bij toepassing van verschillende afgiftesystemen. Er zijn daarvoor drie categorieën: Radiatoren/convectoren, Vloerverwarming/wandverwarming (event. in combinatie met radiatoren), Luchtverwarming.
G. Koeling
Men moet aangeven of een woning gekoeld wordt. Als er ruimtekoeling aanwezig is, moet men aangeven hoe de koeling plaatsvindt. Er zijn drie methoden: Compressiekoelmachine, Bodemkoeling (alleen mogelijk als er een warmtepomp voor ruimteverwarming aanwezig is), Koudelevering door derden.
H. Warm Tapwater
Voor warm tapwater moet men extra items opnemen. Dit zijn: toepassing installatie (alleen keuken, badkamer of hele woning), Type opwekker (meer mogelijkheden), Collectieve installatie: direct of indirect gestookte boiler, CW-waarde bij gastoestel, Isolatie circulatieleiding, boilervat en wisselaar (geen/10mm/20mm), Lengte van de leidingen. Bij dit laatste onderdeel, onderscheidt men de volgende leidinglengten: 0 tot 2 meter, 2 tot 6 meter, langer dan 6 meter.
I. Ventilatie
Voor ventilatie gelden de volgende, extra items in de berekening: Indeling ventilatiesysteem (meer mogelijkheden), Installatiejaar ventilatie-unit.
J. Zonnesystemen
Voor de beoordeling van zonneboilers gelden de volgende extra eisen: Volume opslagvat, Alleen zonneboiler of PVT-systeem (combi van PV en zonthermisch).
K. Kwaliteitsverklaringen
Voor bepaalde onderdelen kan men in de nieuwe bepalingsmethode gecontroleerde verklaringen gebruiken. Dat geldt voor: Afgifterendement ruimteverwarming, Zonneboilers, Hulpenergie, Vermogen pompen, Opwekkers voor ruimtekoeling, Energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau.

Meer informatie

Wilt u meer informatie? Neemt u dan gerust contact met ons op, klik op deze link. U kunt natuurlijk ook eerst lezen hoe anderen onze service waarderen, kijk daarvoor op deze pagina.