BENG

de nieuwe methode voor energieprestatie

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Ga voor een overzicht naar de Infographic BENG van het RVO of bekijk de BENG-film.

Wettelijke eisen BENG

In Nederland leggen we de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen vast aan de hand van drie eisen: Verklaring waarom Bengde BENG-indicatoren. Deze voorgenomen BENG-eisen kunnen nog aangepast worden en het is nog niet duidelijk of de indicatoren voor nieuwbouw en bestaande bouw gelijk worden aan elkaar. De methode op welke wijze de energieprestatie van gebouwen wordt bepaald is de NTA 8800. Voor de duidelijkheid nog een keer in andere woorden: de hoogte van de indicatoren wordt bepaald door bouwregelgeving, de wijze waarop deze worden bepaald en berekend is vastgelegd in NTA 8800.

NTA 8800

NTA 8800 is een methodiek die van toepassing is op zowel nieuwbouw als bestaande bouw en zowel op woningbouw als utiliteitsbouw. De nieuwe methode vervangt een aantal bestaande methoden voor nieuwbouw en bestaande bouw, namelijk NEN 7120, ISSO 75.3 en Nader Voorschrift (ISSO 82.1). NTA 8800 volgt de Europese normen en vervangt de huidige EPC- en EI-indicatoren door de energiebehoefte per vierkante meter (kWh/m2). NTA8800 is vanaf eind september 2018 kosteloos beschikbaar als download in de NEN webshop.

Wat is NTA 8800 niet?

NTA 8800 is geen ontwerptool. Het gaat namelijk uit van eenduidige uitgangspunten voor heel Nederland. Gemiddelden dus. Gebaseerd op maandwaarden, dynamisch gedrag is buiten beschouwing gelaten. Ook kan er geen energieverbruik mee voorspeld worden. NTA 8800 bepaald namelijk aan de hand van gemiddelden exclusief het gebouwgebonden gemiddeld energiegebruik met gebruikmaking van referentiejaren.

NTA 8800 ten opzichte van bestaande methoden

Tussen de huidige opnamemethoden en de nieuwe standaard BENG zit verschil. Het aantal parameters (gedetailleerdheid van de bepaling) bij BENG is iets hoger dan bij de EPC en een stuk hoger dan bij de Energie-Index. Gelukkig niet zo extreem als het verschil met de Europese norm CEN en het Vereenvoudig Energie Label. Voor de duidelijkheid: het detailniveau van het VEL is dusdanig laag dat het niet zoveel zegt over de werkelijke energieprestatie. Als het detailniveau van de CEN gehanteerd zou moeten worden, hebben we een week nodig voor de opname van een tussenwoning. Bij wijze van spreke dan. Onderstaande slide uit de presentatie van Harm Valk, d.d., 20 november 2018 maakt het wat duidelijker. 

Voordeel gedetailleerde opname

Een gedetailleerde opname van een gebouw moeten we niet alleen als last zien vanwege de tijdinspanning die dat kost. Een voordeel van het gedetailleerd invoeren van een gebouw is dat ook veel maatregelen positief kunnen bijdragen. Voorbeeld: in het Vereenvoudigd Energielabel kun je niet aangeven dat je energiezuinige ventilatie hebt doordat deze is voorzien van een gelijkstroommotor. In de EPA-W methode kan het al wel, en verhoudingsgewijs zijn in BENG nog veel meer maatregelen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan een rooster of raam met voorzieningen ten behoeve van nachtventilatie.

Uitzondering gedetailleerd opnemen

Als details van een woning (denk aan bestaande bouw) niet bekend zijn kan de opnemer/adviseur terugvallen op grover niveau.De projectgroep spreekt over het inklappen van detailniveau’s. Voorbeeld: Als je niet weet hoe een spouwconstructie is opgebouwd doordat er geen tekeningen zijn en er niet zonder destructief ondezoek kan worden waargenomen, kan men ook in de nieuwe methode terugvallen op bijvoorbeeld bouwjaar.

Voldoen aan de BENG-eisen

RVO.nl liet onderzoek doen naar innovatieve opties en concepten voor bijna energieneutrale gebouwen. De bouwsector wilde graag over extra technieken beschikken om de BENG-eisen te kunnen halen. Vooral voor gebouwen hoger dan 5 verdiepingen, ziekenhuizen en meerlaagse complexen met relatief kleine woningen (studio’s) zijn extra mogelijkheden wenselijk. De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek zijn:

BENG-eisen behalen kan met innovatieve technieken:
  • Viervoudige beglazing, warmtepompen met een zeer hoog rendement en integratie van PV-panelen (BIPV) zijn kansrijke technieken voor alle onderzochte gebouwtypen;
  • LED-verlichting verlaagt de energiebehoefte bij utiliteitsgebouwen aanzienlijk;
  • Boosterwarmtepompen zorgen voor een betere energieprestatie bij woongebouwen;
  • Voor ziekenhuizen is het moeilijker om aan de BENG-eisen te voldoen; aanvullend onderzoek is nodig.
Verschuiving prestatieveld

In 2015 werden de eerste voorlopige eisen bekendgemaakt, zie onderstaande afbeelding.  

Op 20 november werden door het ministerie van BKZ de voorlopige en bijgestelde eisen bekend gemaakt. De wijziging, mede doorgevoerd aan de hand van de resultaten van een kostenanalyse, is duidelijk zichtbaar.

Als we ons concentreren op de woningbouw vallen de volgende zaken direct op:

  • BENG 1 (maximale warmtebehoefte) moet nu voldoen aan een maximale waarde van 70 i.p.v. 25 kWh/m². Bij woningen met een ongunstige verhouding tussen verlies- en gebruiksoppervlakte ligt de grenswaarde nog hoger;
  • BENG 2 (maximale primaire energieverbruik) is verschoven van maximaal 25 kWh/m² naar 30 kWh/m² voor grondgebonden woningen en 50 kWh/m² voor appartementen;
  • BENG 3 is voor appartementen iets vereenvoudigd (van 50% naar 40% duurzaam).

Deze grote verandering van de voorgestelde BENG-eisen roept natuurlijk direct de vraag op met welke maatregelen hieraan voldaan wordt. Tijdens het congres gaf Ieke Kuipers van DGMR Bouw daarop antwoord aan de hand van enkele voorbeelden. In onderstaande tabel zijn voor 3 woningtypes de resultaten overgenomen. Deze zijn door DGMR Bouw berekend conform de NTA 8800 met een door NEN beschikbaar gestelde Excel tool.


De resultaten in bovenstaande tabel zijn verrassend. Een woning die voldoet aan een EPC van 0,40 in combinatie met een warmtepomp voldoet eenvoudig aan de BENG eisen die per 1-1-2020 van kracht moeten worden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de minimale eisen uit het Bouwbesluit inzake isolatie, gebruik van HR++ glas en een ventilatiesysteem C (met CO2 regeling). Verder is er nauwelijks of helemaal geen PV nodig.

Vergelijken we de BENG resultaten van deze 3 woningen met de voorgestelde eisen dan valt op dat BENG 1 ruimschoots voldoet (eis maximaal 70 kWh/m²). BENG 1 wordt bijna altijd gerealiseerd met de minimale Bouwbesluiteisen voor de thermische schil. BENG 2 en 3 zijn nu de maatgevende indicatoren maar ook deze zijn eenvoudig te realiseren.

Wat betekenen de nieuw voorgestelde eisen en rekenmethodiek voor u?

Op basis van de resultaten gepresenteerd tijdens het NEN congres EPG energieprestatie 2.0 voldoen de meeste woningen met een EPC 0,40 behaald met een warmtepomp al aan de BENG eisen 2020.

Gewijzigde klimaatgegevens

De NTA 8800 maakt voor de klimaatgegevens gebruik van de NEN 5060; 2018 (die de versie van 2008 vervangt). Bij een vergelijk van de klimaatgegevens in NEN 7120 en de NTA 8800 valt vooral op dat de gemiddelde maandtemperatuur in de zomerperiode met bijna 1 graad toeneemt. Deze aanpassing van het referentie klimaatjaar leidt uiteraard tot een hogere energiebehoefte voor koeling. De gemiddelde temperatuur in het stookseizoen gaat heel minimaal omlaag. Het effect op de energiebehoefte voor verwarming zal daarom minimaal zijn. Het gewijzigde klimaatjaar in NTA 8800 maakt het gebruik van zonwerende maatregelen zoals zonwerend glas, zonwering en overstekken bij het bepalen van de BENG indicatoren belangrijker dan in de NEN 7120 (EPC norm).

Kunnen we van start op 1 januari 2020?

In principe moeten alle bouwaanvragen vanaf 1 januari 2020 voldoen aan de nieuwe BENG-eisen. Wat nog geregeld moet worden?

  • De laatste wijzigingen van de NTA 8800 doorvoeren;
  • Opnameprotocollen ter vervanging van ISSO 75.1 en 82.1 (de uitwerkingen van de NTA 8800) moeten nog worden geschreven en uitgegeven;
  • BRL 9500-serie aanpassen, vaststellen door de CCvD
  • Certificerende instellingen aanpassingen werkwijze en certificering;
  • Nieuwe certificering bedrijven volgens genoemde BRL;
  • Alle EPA-W-adviseurs die nu werken volgens het Nader Voorschrift moeten bijscholing krijgen en een deelexamen afleggen;
  • Eenieder die nu EPC-berekeningen maakt moet nog geheel opgeleid of bijgeschoold worden en een examen afleggen;
  • Veel bedrijven die nu EPC-berekeningen maken moeten worden gecertifieceerd volgens de BRL 9500;
  • Software verder ontwikkelen
  • Software attesteren

Meer info & Links

 

Filmpjes: